Inhoud

Inleiding

1. Van Leviticus tot nu
Europese ontwikkeling in vogelvlucht
Nederland
Groningen 1790: Koninklijk Instituut voor Doven H.D. Guyot
Sint-Michielsgestel 1840: R.K. Instituut voor Doofstommen
Rotterdam 1853: Vereeniging Inrichting voor Doofstommen-Onderwijs
Een belangrijke zijsprong: Milaan 1880
Leiden 1888: Effatha
Amsterdam 1911: J.C. Ammanschool
De publieke (horende) opinie

2. Uit het isolement
Verenigingen en tijdschriften
Trouwen en kinderen krijgen
Leerplicht

3. Praten met gebaar of woord?
Groningen
Sint-Michielsgestel

4. Dagelijks leven
Herinneringen aan Voorburg: Effatha
Herinneringen aan Sint-Michielsgestel: Instituut voor Doofstommen
Terugblik op de internaten

5. De Tweede Wereldoorlog en de tijd erna
Groningen
Sint-Michielsgestel
Rotterdam
Voorburg
Dwangarbeid in Duitsland
Eugenetica
Doof in Auschwitz
Naoorlogse jaren

6. Groeiend zelfbewustzijn van doven
Verklaring van de verdeeldheid
Gesloten systeem
Seksualiteit en het taboe
Een doof leven is evenveel waard
Een nieuwe plaats in de samenleving

7. Emancipatie van doven
Maatschappelijke ontwikkelingen
Drie congressen
Plaats maken voor de dove medeburge: Deventer 1979
Doof-zijn:een wereld van verschil: Emmen 1983
Kansen voor doven: Veldhoven 1988
De jaren tachtig: de gouden eeuw voor doven
De euforie voorbij

8. Gebaren of spreken? Een grimmige strijd
Spraakonderwijs
Onderwijs in gebaren
Van Uden versus Tervoort
Totale Communicatie
De ‘nuance’ van Knoors

9. doof of Doof?
Institutionalisering
Wat is dovencultuur?
‘Ik ben doof’ – wat betekent dat?

10. Roep om saamhorigheid
Pleidooi voor opvoeden in zelfstandigheid
De samenleving verandert niet; nieuwe gevolgtrekkingen bij een oude gedachte
Dé Dovengemeenschap bestaat niet
De blik van de ander

Dankwoord en verantwoording

Noten

Literatuur

Zakenregister

Personenregister